• Home
    Home Hier kunnen alle blogberichten op de hele site gevonden worden.
  • Archief
    Archief Bevat een lijst met blogberichten die eerder gemaakt zijn.
Geplaatst op
  • Fontgrootte: Groter Kleiner

Interview Havo-leerlingen: Hoe maak je een kinderboek? (tekst + illustraties)

Hieronder een interview dat me per mail werd afgenomen door twee Havo-leerlingen, Jet Janssen en Ati Smeenk. In het blauw steeds mijn antwoorden.

vraag 1:  In de kinderboeken die wij al bekeken hebben is ons opgevallen dat er een bepaald soort taalgebruik wordt gebruikt. Zo hebben we bijvoorbeeld veel ‘Zullen we naar huis gaan?’ zei Bert gezien of een dergelijke zin met dezelfde soort zinsopbouw. Hierbij is onze vraag of u nog andere soorten zinsopbouwen weet die u bij het schrijven van kinderboeken gebruikt?
Als ik schrijf doe ik dat intuïtief, ik werk dan niet met technische termen. Zinsbouwen en dergelijke heb ik natuurlijk wel op school geleerd maar op een gegeven moment komt dat in je ‘systeem’ terecht en dan maak je er onbewust gebruik van. Waar ik wel op let is dat ik gevarieerd schrijf. Dus bijvoorbeeld niet steeds dezelfde zinsopbouw zoals in dit foute voorbeeld:
Jan loopt over straat. Jan ziet een vogel. Jan rent de vogel achterna.

Wat dan mooier loopt is bijv:

Jan loopt over straat. Kijk, daar zit een vogel! Die wil hij hebben.
‘Stop, vogel. Kom hier!’ roept Jan. Snel gaat hij de vogel achterna.

Hierbij varieert de opzet van de zinnen waardoor het lekkerder leest. Ook kan je in het hoofd van Jan kijken. ‘Die wil hij hebben’ zijn zijn gedachten. Zo voel je als lezer meer mee met de gebeurtenissen dan wanneer alles te mechanisch is opgeschreven.

Om de lezer extra mee te nemen kan je ook voorbeelden noemen van andere zintuigen die worden geprikkeld. ‘De vogel heeft prachtige groene veren’ (zicht) ‘De vogel ruikt naar mango’s’ (geur)

Voor prentenboeken moet ik mijn taalgebruik niet te ingewikkeld maken, kleine kinderen hebben immers een minder grote woordenschat. Maar soms mag er best een woord tussen zitten wat ze nog niet kennen, omdat ze door de woorden erheen de betekenis vaak toch wel kunnen inschatten. Of de ouder kan de betekenis van het woord uitleggen. Maar als schrijver voor prentenboeken moet je dus niet teveel met dure woorden gooien als het niet hoeft. Als ik de tekst van mijn prentenboek bij de uitgever inlever is er een persoon die de teksten naleest en zo nodig nog aanpast. Dan vervangen ze een te moeilijk woord bijvoorbeeld door een eenvoudiger synoniem. Zo komt de uiteindelijke prentenboektekst tot stand.

vraag 2: We hebben gezien dat uw boeken een leeftijdscategorie van 5+ hebben, kunt u beschrijven wat voor taalniveau u zelf in uw boeken gebruikt?
Ik schrijf intuïtief, ik ben niet echt bezig met taalniveaus, wel let ik erop dat ik niet teveel moeilijke woorden gebruik. De uitgever bepaalt na het insturen van de tekst steeds de leeftijdscategorie. Ik weet niet goed hoe ze dat precies bepalen. Die vraag kun je dus misschien beter aan hen stellen.

vraag 3: Hoe werkt het met het verwerken van de tekeningen in het uiteindelijk gepubliceerde boek, maakt u de tekeningen digitaal? Of wanneer u op een andere manier werkt zou u de werkwijze kunnen beschrijven?
Ik heb een computerscherm waar ik met een digitale pen op kan tekenen, de lijnen worden dan digitaal opgeslagen. Zo kan ik heel makkelijk schetsen maken en de opzet voor de bladzijdes. Daarbij is het belangrijk dat ik ook ruimte vrijlaat voor de tekst. Daarom is het fijn om voor de eerste schetsen op de computer te werken, ik kan in mijn tekenprogramma de tekst en de tekeningen heel makkelijk verschuiven, draaien, groter en kleiner maken, enz. Soms gebruik ik ook foto’s van internet als voorbeeld voor sommige houdingen die ik lastig uit mijn hoofd kan tekenen. Hoe zit je bijvoorbeeld als je een veter strikt van je schoen? En ook kan ik op internet voorbeelden zoeken voor achtergronden voor technische objecten zoals auto’s en fietsen. Dat vind ik lastig om te tekenen zonder voorbeeld.

Na de schets print ik de verschillende houdingen van de karakters uit en teken die op een lichtbak opnieuw. (lichtbak: bak met glazen plaat met daaronder een lamp. Boven de glazen plaat kan je een tekening neerleggen en een wit vel erboven. De onderste tekening schijnt door op het witte vel en zo kan je de tekening eenvoudig overtrekken en verbetern) Nu haal ik de foutjes eruit en kan ik de houdingen soms nog beter maken. En ik zorg ervoor dat de karakters op de karakterontwerpen lijken. Zodat ze niet opeens lange en dan korte benen krijgen. Ze moeten herkenbaar zijn. En deze houdingen scan ik in op mijn scanner zodat ik ze weer digitaal op mijn computer krijg.

Daarna komt de nette fase. Dan teken ik met mijn digitale pen op mijn computerscherm de lijnen en de kleuren netjes van de illustraties. Daarbij kan ik verschillende instellingen van de pen kiezen. Je kan zo inktlijnen trekken, of juist potloodlijntjes. En met digitale aquarel alles inkleuren. Ik heb een heel fijn tekenprogramma, Adobe Photoshop, waarin ik dat allemaal kan. Zo ziet het er handgemaakt uit maar kan ik op het laatste moment toch nog eenvoudig dingen veranderen. Zoals een figuurtje wat meer naar rechts op de achtergrond verschuiven. Als je alles echt geschilderd zou hebben kan dat natuurlijk niet zo makkelijk. Dan moet je alles opnieuw doen. Maar in de computer werk ik in verschillende tekenlagen over elkaar en dan heb je veel meer flexibiliteit. Zo kun je ook makkelijk verschillende tekentechnieken uitproberen zonder dat het veel tijd kost.

vraag 4: En dan hebben we nog als laatste de vraag waar u uw inspiratie voor het schrijven van een boeken en de karakters vandaan haalt?
Uit het hele leven. Je maakt van alles mee en als schrijver staan je ogen en oren altijd open voor mogelijke verhaalideetjes. Dat kan een bericht zijn uit de krant, een grappig voorval op straat, een bijzondere foto uit een magazine. En vaak denk ik dan ook 'Wat als...' Wat als dieren mensen als huisdier zouden houden? Dan zou een hond zijn baasje uitlaten in plaats van andersom. Enz. Daar kan dan zo weer een nieuw prentenboekverhaal uit komen.  

Wanneer u nog andere tips heeft zijn deze natuurlijk altijd welkom.
Op mijn blog staan veel voorbeelden van illustratieprojecten, hoe ik de keuze maak voor bepaalde tekeningen en de verschillende fases van mijn tekenwerk. Misschien ook interessant voor jullie project?